Menu Close

Fietsband – Bandenspanning – Ballonbanden – Rolweerstand

 

Zijn uw banden op de juiste spanning?

In de Signature-configurator kunt u uw fiets geheel naar eigen wens en ergonomische behoefte samenstellen. De rijeigenschappen van een fiets worden echter niet alleen door de geometrie van de fiets en door zijn componenten bepaald. Vooral de banden, en dan de bandenspanning in het bijzonder, maken het verschil tussen fietsgenoegen en frustratie.

 

Bandenspanning

Fietsen is het prettigst als de fietsband op de adviesspanning worden bereden. Over het algemeen geldt: hoe hoger de bandenspanning, des te lager de rolweerstand. Tevens neemt de kans op een lekke band af.

Invloed banden spanning op rolweerstand
Invloed banden spanning op rolweerstand

Het rijden op een te lage bandenspanning verkort de levensduur van de band. In de zijkant van de fietsband ontstaan scheurtjes en de slijtage neemt toe. Voordeel is wel dat het comfort toeneemt, doordat bij een lagere druk de verende werking van de band hoger is.
Bredere banden worden in de regel met een lagere bandenspanning bereden. Door het grotere volume gaat dit niet ten koste van rolweerstand, lekbescherming en levensduur.
De juiste bandenspanning is afhankelijk van de maat en de gewichtsbelasting van de band. Dit wordt voornamelijk bepaald door het gewicht van de fietser en de bepakking. De minimum en maximum toegestane druk staan meestal vermeld op de transfers en de zijkant van de fietsband.

 

Advies bandenspanning
Bandbreedte
(mm)
Bar PSI
Min. Max. Min. Max.
20 8.0 12.0 115 175
23 8.0 12.0 115 175
25 8.0 11.0 115 160
28 4.5 6.5 65 95
32 4.0 6.0 60 90
35 3.8 5.5 55 80
37 3.8 5.5 55 80
40 3.5 6.0 50 90
42 2.8 4.5 40 65
44 2.5 4.5 35 65
47 3.0 5.0 45 75
50 2.5 4.5 35 65
54 2.5 4.5 35 65
55 2.0 4.0 30 60
57 2.0 4.0 30 60
60 2.0 4.0 30 60
62 2.0 3.0 30 45

 

Ballonbanden

 

Ballonbanden zijn niet alleen cool, maar ook technische hoogstandjes met vele voordelen:

  • Meer rijcomfort; doordat brede banden met een lagere druk bereden kunnen worden is de dempende factor veel hoger dan bij een normale fietsband.
  • Meer grip; het bredere drukvlak verbetert het contact met de weg aanzienlijk.
  • Betere lekbestendigheid; als gevolg van de hogere draagkracht is het gevaar van een doorstoot nihil.
  • Lagere rolweerstand; bij gelijke druk hebben brede banden een lagere rolweerstand dan smallere banden.
  • Grotere veiligheid; spoor- en tramrails zijn geen gevaar meer.
  • Minder vaak oppompen; door de geringere gebruiksdruk blijft de bandenspanning langer op de gewenste druk.
  • Draagkracht; ballonbanden hebben een duidelijk hogere draagkracht dan smalle banden. Daarnaast zijn ze zeer geschikt voor tandems of stadsfietsen vol bepakt met inkopen. Middels de bandenspanning kan men eenvoudig de vering aanpassen aan veranderende gewichtsverhoudingen.

 

Rolweerstand

Door de voortdurende materiaalvervorming tijdens het afrollen van de fietsband ontstaat energieverlies. Aangezien de fietser zelf de energie levert is het van belang dit verlies zoveel mogelijk te beperken. De rolweerstand wordt beïnvloed door de onderstaande factoren:

  • Bandenspanning; hoe hoger de bandenspanning, des te geringer de vervorming van de fietsband.
  • Banddiameter; banden met een kleinere diameter hebben bij een gelijke druk een hogere rolweerstand.
  • Bandbreedte; brede banden hebben bij gelijke bandenspanning een lagere rolweerstand dan smalle banden. In het geval van racebanden is een bandbreedte van 23 mm de optimale combinatie tussen materiaalvervorming, luchtweerstand en rijcomfort.
  • Profiel; op een harde ondergrond heeft een slickprofiel de laagste rolweerstand.

 

Montagevoorschriften

 

Buitenband met binnenband

  1. Controleer de binnenzijde van de velg op roestvorming i.v.m. kans op lekke banden.
  2. Controleer de juiste positie van het velglint.
  3. Leg de buitenband met één draadzijde in de velg.
  4. Steek het ventiel in het ventielgat van de velg en pomp de binnenband licht op.
  5. Druk de binnenband over de hele omtrek van het wiel in de buitenband.
  6. Druk met de losse zijde van de buitenband de binnenband over de velg.
  7. Druk het ventiel circa 2 centimeter in de velg terug, schuif op de plaats van het ventiel de losse zijde van de buitenband in de velg en trek het ventiel weer zover mogelijk uit de velg.
  8. Neem het wiel in beide handen, de losse zijde naar u toegekeerd, en druk met uw duimen zowel links als rechts van het ventiel de losse zijde van de buitenband in de velg, waarbij u met uw vingers de andere zijde van de velg tegenhoudt. Bent u halverwege, keer dan het wiel en leg het bandgedeelte tegenover het ventiel erop.
  9. Bij de laatste 15 à 20 cm de lucht uit de band laten en het resterende gedeelte opleggen.
  10. Ventiel nogmaals zover mogelijk terugdrukken en daarna weer uit de velg trekken en velgmoer monteren.
  11. Band oppompen tot de gewenste bandenspanning.
  12. Controleer tenslotte of de band centrisch gepositioneerd is t.o.v. de velg.

(Bron: Vredestein http://www.vredestein.com)